Tante Marie

 

Home  »   Columns  »   Tante Marie

Geplaatst op 12/03/2019

Het verschil tussen sinterklaas en kerst is het verschil in cadeautjes. Zo zagen we dit als kind. Sinterklaascadeautjes waren goedkoper. Je kreeg een blikken autootje, dat met een sleutel opgedraaid kon worden. Onderaan liep een naad met een zestal klampjes. Deed je die open, dan zag je het binnenwerk. Vouwde je teleurgesteld de klampjes weer dicht, was het autootje kapot.

De kerstcadeautjes waren duurder en serieuzer. Onder de kerstboom lagen meestal een paar bretels, kniekousen en ondergoed. Je veinsde blijheid, anders was je ondankbaar, maar je doorzag de truc. Zulke dingen moesten tóch gekocht worden, en om daar Kerstmis voor te benutten, was misbruik maken van de godsdienst. Je zei ‘t natuurlijk niet en riep verrast: “Oh, een onderbroek!”, want kinderen in Afrika, zouden daar maar wat blij mee zijn. En hier komen we aan tante Marie. Die Afrikaanse kinderen waren namelijk een uitvinding van haar.

Tante Marie was een narrig mens, mislukt als non en altijd vrijgezel gebleven. Zij wijdde zich op haar manier aan het missiewerk, gericht op kinderen, die het minder hadden dan wij. Om hierin verbetering te brengen, ver­wijderde zij postzegels van enveloppen, capsules van wijnflessen en het zilverpapier van kwattarepen. Kregen wij zo’n reep, haalde tante Marie het zilverpa­pier er vanaf. “Voor de kinderen in Uganda,” zei ze dan, “die nooit een reep krijgen.” Zij vouwde het papier op en stak dit in haar tas en vroeg: “Wat doen we met het reepje?”

We zwegen meestal. “Eten we dit helemaal alleen op?” vroeg ze dan temerig Ondertussen stond tan­te Marie op en keek uit het raam. “Het is jouw reep, ga gerust je gang. Ik dacht alleen even aan die arme kindertjes. Die weten niet eens, wat een reep is.”

“Als we nu eens,’ zei tante, ‘een stukje van onze reep aan die kinderen gaven? De grootte van dat stukje,” , zei ze edelmoedig, “laat ik helemaal aan jou over.

En om dit te bewijzen draaide ze haar gezicht naar de muur, tot ze achter zich het knapje hoorde. “Dat is lief.” Ze deed driekwart van de reep in haar tasje en schoof het overblijvende stukje naar mij. “Weet je, waarom tante nu zo blij is? Omdat je het hele­maal vrijwillig gedaan hebt. ‘t Is uit jezelf gekomen.”

Tante is niet oud geworden. Zij had ons te grazen, toen wij nog weerloos waren Nooit heeft één van onze reepjes Afrika bereikt. Toen we haar missiewerk doorhadden, was het te laat. Op een dag lag zij dood, in haar kamer.

Overvoeding, zei de dokter.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *