Het succes van dialectgrappen

 

Home  »   Taal  »   Het succes van dialectgrappen

Geplaatst op 24/10/2016

Een paar Hollanders zakken door het ijs. Een Friese boer die het tafereel heeft gevolgd: “Ik zei nog zo: it ken net.” Deze reclame van Berenburg is waarschijnlijk het allerbekendste voorbeeld van een mop waarin mensen uit de Randstad en de provincie verstrikt raken in een spraakverwarring.

Een Groninger zit op de boot van IJmuiden naar Newcastle. Hij gaat ‘s avonds buiten op het bovendek zitten en kijkt uit over de zee. Het is een heldere nacht, het is windstil en de hemel staat vol sterren. Een Engelsman komt naast hem op het bankje zitten. Na een kwartiertje zegt de Engelsman: ”Quiet night.” De Groninger kijkt even stil voor zich uit. Dan schudt hij zijn hoofd en antwoordt: ”Kwait ook nait.”

Het is bijna aandoenlijk: een Groninger die verwacht ver van huis nog altijd in zijn eigen dialect te worden aangesproken. Daardoor hoort hij in de Engelstalige opmerking ”quiet night” een – misschien filosofisch bedoelde ontboezeming – in plaats van een voor de hand liggende ijsbreker over het weer.
Bron: Onze Taal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *