222. Gerhilds cultuurrubriek 16. Schipperskinderen, Fries Scheepvaart Museum

 

Home  »   Kunst en Cultuur  »   222. Gerhilds cultuurrubriek 16. Schipperskinderen, Fries Scheepvaart Museum

Geplaatst op 24/12/2018

Nr. 222 | Gerhilds cultuurrubriek 16 (2018)

Schipperskinderen, Fries Scheepvaart Museum

 

1. Schippersonderwijs, internaat stapelbedden, Collectie Fries Scheepvaartmuseum

Schippers en jagers

In Smallingerland en Opsterland zijn de oorspronkelijke Compagnonsvaart en de scheepvaart belangrijk geweest voor de economie. Vaarten en rivieren waren in de tijd dat er nog nauwelijks verharde wegen waren de belangrijkste verbindingswegen. Schippers en hun vrouwen, die als jagers vaak de schepen moesten trekken, waren lang onderweg en namen hun kinderen mee aan boord. Wanneer kinderen tijdelijk bij familie of kostgezin verbleven,  waren ze langere tijd van hun ouders en jongere broers en zusjes gescheiden. In het Fries Scheepvaart Museum is naast de vaste opstelling en het hernieuwde kindermuseum tot en met 13 januari  de tentoonstelling Schipperskinderen – internaten en scholen te zien. Voor deze internaten en scholen is gestreden en actie ondernomen, na dat in 1900 al de eerste leerplichtwet in ons land was aangenomen.

2. Jagers, foto Bernardus Fredericus Aloysius (Bernard) Eilers (Amsterdam, 24.4.1878– aldaar 26.4.1951) fotograaf, lithograaf

Onderwijs voor schipperskinderen

Deelname aan het onderwijs bleef voor schipperskinderen een groot probleem. De meesten kregen de kans niet om naar school te gaan. Andere kinderen gingen naar steeds andere scholen, meestal wanneer het schip langer dan 48 uur stil lag. Enkele schipperskinderen konden een paar jaar in de kost bij familie of bij kostgezinnen en enige tijd naar één en dezelfde school gaan. De in IJlst geboren Gerben de Jong heeft er zijn hele leven voor gevochten dat schipperskinderen beter onderwijs kregen. Hij wordt de ‘Vader van het schippersonderwijs’ genoemd. In haar masterthesis Lager onderwijs aan schipperskinderen uit 2011 schrijft Lisette Span in haar aan De Jong gewijde hoofdstuk: “Gerben de Jong was zelf wars van de aan hem toegekende titel. Hij wees deze erenaam af, omdat hij vond dat hij het niet alleen had kunnen doen. ‘Wij presteren niets uit onszelf’ vond de man die vanuit het Onderwijsfonds voor de Scheepvaart had gezorgd dat er schippersinternaten en schippersvakscholen kwamen.

3. Interieur Binnenvaartschip in Fries Scheepvaart Museum,Sneek. ©Marion Golstein CCSA

200 jaar Maritieme Academie

Het Scheepvaartmuseum toont foto’s van internaten uit de jaren vijftig van de 20ste eeuw, gespiegeld aan het moderne internaat van de 200jarige Maritieme Academie en het maritiem onderwijs in Harlingen. Harlingen is na Amsterdam de gemeente met Nederlands oudste zeevaartschooltraditie. Op 7 december 1818 heeft Pieter Kallenborn de eerste les gegeven aan de school voor Wis- en Zeevaartkunde in Harlingen. In zijn huiskamer onderwees hij 13 kinderen met verschillende leeftijden en praktijkondervindingen in onder andere driehoeksmetingen en astronomische navigatie. De school was een initiatief van de plaatselijke afdeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen en ontstond vanuit de gedachte dat iemand door goed onderwijs in staat wordt gesteld om een positieve bijdrage aan de maatschappij te leveren. Leerlingen van de zeevaartschool leren nog steeds navigeren op zee en in het leven. Het goede onderwijs van meester Kallenborn trok ook niet-Harlingers. De avondopleiding werd een dagopleiding. Met hun stuurmansdiploma ‘Grote Zeil- of Stoomvaart’ konden de jongens terecht bij een Harlinger reder om in de zomer hout te halen in Scandinavië. Anderen trokken naar Amsterdam om te varen op Azië of Noord- en Zuid-Amerika.

4. Wassen bij kraantje, foto in Fries Scheepvaartmuseum bij  Schipperskinderen – Internaten en scholen

Internaat, Oranje Nassauschool

Door de grote crisis in de internationale zeevaart, liep het aantal leerlingen halverwege de 19de eeuw terug. De scheepvaart verandert rond het jaar 1900. Zeilschepen op zee worden vervangen door stoomschepen en houten boten door ijzeren. In 1934 sluit de school van Wis- en Zeevaartkunde in Harlingen als gevolg van de internationale crisis in het bankwezen en de wereldeconomie na de Eerste Wereldoorlog. Intussen is een binnenvaartopleiding opgericht en in 1958 wordt de Oranje Nassauschool geopend, een voortzetting van de oude zeevaartschool, nu met internaat. De Stichting Fries Scheepvaartmuseum in Sneek beheert het museum en zorgt voor het bijeenbrengen, in stand houden en uitbreiden van een verzameling, in hoofdzaak betrekking hebbend op: de scheepvaart en scheepsbouw in Friesland, de water- en ijssport, de geschiedenis van Sneek en van de Friese Zuidwesthoek. Het is mooi dat het museum in dit jubileumjaar aandacht schenkt aan de verworvenheid van onderwijs voor schipperskinderen.

Sneek ©Gerhild van Rooij

Fries Scheepvaartmuseum, Kleinzand 16, Sneek, www.Friesscheepvaartmuseum.nl
Ma t/m za 10 –17 uur; Zo en tweede kerstdag 12 –17 uur
Met Museumkaart gratis entree (Regulier € 7,50; 6-18 jaar € 3,-; CJP € 2, -)

5. Leren Navigeren (Walburgispers), omslagfoto kade in Harlingen, collectie Hannema Museum

Bronnen
http://tand.info/lager-onderwijs-aan-schipperskinderen-masterthesis.html?page=2Vader van het schippersonderwijs’
https://www.nemokennislink.nl/activiteiten/internaten-en-scholen/ https://www.omropfryslan.nl/nieuws/811331-200-jaar-maritiem-onderwijs-harlingen
Jurjen Leinenga. 2018. “Leren Navigeren – 200 jaar Maritiem onderwijs in Harlingen”
http://www.debinnenvaart.nl/binnenvaarttaal/woord.php?woord=j
Eigen archief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *