Elk contact is met taal verbonden

 

Home  »   Taal  »   Elk contact is met taal verbonden

Geplaatst op 22/08/2016

De deur zwaait open. Daar is Ytsje Kramer, jeugdverpleegkundige bij GGD Súdwest-Fryslân, bij de meesten bekend als het consultatiebureau en met een onderkomen in de Thomas van Aquinoschool in Sneek. Wij lopen door de wachtkamer en het kantoor van de assistente naar Ytsjes werkkamer. ‘Hierachter zit de arts van het consultatiebureau’, vertelt Ytsje. ‘Ouders komen met de kleine eerst bij de assistente. Daar worden ze gewogen en gemeten. Daarna gaan ze naar de verpleegkundige of de kinderarts.’


Hart voor zorg én taal
Het consultatiebureau heeft zijn domicilie in een wijk met veel verschillende nationaliteiten, waar soms ook sociaaleconomisch het een en ander aan de hand is. Ytsje zit al 25 jaar in het vak en is inmiddels door de wol geverfd. Ze oogt frêle, maar als zij over haar werk praat, vlammen haar ogen op. Aan alles merk je dat hier een dame zit met een hart voor zorg én taal.

Een steuntje in de rug
Als jeugdverpleegkundige komt zij soms in contact met ouders die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Hiervoor heeft de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) de methode Stevig Ouderschap ontwikkeld. ‘Dat betekent in de praktijk dat problemen met de opvoeding en het opgroeien zo snel mogelijk worden gesignaleerd. Met voorlichting, begeleiding, uitleg en advies wordt geprobeerd problemen terug te brengen naar een normale situatie. Alles is gericht op het welzijn van het kind en de ouders. Kinderen moet immers veilig kunnen opgroeien’, volgens Ytsje. ‘Soms is dit een hele uitdaging. Hoe communiceer je met een moeder die alleen Sudanees spreekt*?’

Contact!
Als de kleine is geboren, zijn er doorgaans zes momenten waarbij de ouders en de verpleegkundige contact hebben: bij zes weken, drie maanden, een halfjaar, negen maanden, een jaar en anderhalf jaar. Soms is er ook al contact met de moeder tijdens haar zwangerschap. Een verwijzing gaat dan in goed overleg met de verloskundige of de huisarts. Ytsje bezoekt de aanstaande moeders thuis om te kijken hoe het gaat. Niet iedereen weet immers dat het contact tussen het kind en de moeder al voor de geboorte tot stand kan worden gebracht, bijvoorbeeld door te praten of een klein liedje te zingen.
Na de geboorte gaat de aandacht in de eerste plaats uit naar het contact tussen moeder en kind. Redden ze het samen en gaat het goed met de verzorging van de kleine? En natuurlijk, de ouders hebben bevestiging nodig: Top! Jullie doen het goed! Eveneens wordt er gekeken naar het contact van de vader en moeder met het kind. Want is niet elk contact verbonden met taal? Elkaar aankijken, lachen, aanraken én praten?
Welke taal spreken de ouders onderling?

Na drie maanden komen de ouders langs voor de tweede controle. ‘Ik begin altijd in het Fries,’ zegt Ytsje, ‘dan check ik even of de ouders mij begrijpen. De meesten geven aan dat ze niet in het Fries kunnen antwoorden, maar dat het verstaan prima lukt! Veel ouders komen samen naar het bureau. Als ze bij de assistente aanschuiven, merk je al gauw welke taal het stel onderling gebruikt en in welke taal met het kind wordt gesproken.’
Nederlands of bewust meertalig?

Ytsje: ‘Als de ouders Fries en Nederlands spreken, gaan we verder in op de taal. Soms geven ouders aan bewust Nederlands met de baby te spreken. Dan hebben ze in onderzoeken gelezen dat kinderen in het Nederlands de grootste woordenschat opbouwen. Ik moet dan altijd even uitleggen dat, wanneer kinderen met twee talen opgroeien, zij ook een woordenschat in twee talen opbouwen. Zoiets roept wel vragen op natuurlijk.’

Extra tijd
‘Om ouders beter te informeren heeft de gemeente Súdwest-Fryslân ervoor gezorgd, dat wij op het consultatiebureau nu tien minuten extra tijd kunnen inplannen. Er bestaan veel vooroordelen over het opgroeien in meer talen, zeker wat het Fries betreft. Toch merken wij ook, dat ouders de publicaties over onderzoeken die de voordelen van meertaligheid belichten, wel oppikken. Als zij horen dat meertaligheid het brein leniger maakt, dat kinderen er baat bij hebben als zij straks andere talen op school leren, dan zijn ouders al snel om’, aldus Ytsje.
Als deze groep tweetalige ouders na elf maanden weer met de kleine op het bureau verschijnt, is er extra tijd ingepland om dieper in te gaan op het taalgebruik. Ouders krijgen dan ook het Tomkeboekje en het Taalgroei-boekje mee om hen te stimuleren het kleine schepsel bewust meertalig op te laten groeien.

Taal en identiteit
Taal heeft allicht ook te maken met identiteit. Wie ben jij, waar hoor jij bij? In welke kringen kun jij of wil jij verkeren? En welke taal wordt er op het werk gesproken? Mensen die dezelfde taal spreken, begrijpen elkaar beter. Welke taal praat jij/u met jouw/uw cliënten?

Door: Ciska Noordmans

_________________________________________________________________________________________________________________________

Ytsje Kramer en haar collega’s hebben de Sudanese moeder met beeldtaal geïnformeerd over de verzorging van haar kleine meid. Een boek met foto’s en illustraties was hier de oplossing. Nu willen ze graag een app maken.

Hebben jullie in de zorg ook te maken met anderstaligen? Kijk voor tips op www.datwiedoesa.nl en typ ‘anderstaligen’ in het zoekvenster of kijk op www.datwiedoesa.nl/nl/beleid/zorgcentra/tips/in-gesprek-met-anderstaligen.

_________________________________________________________________________________________________________________________

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *