Contaminatie (gearchiveerd 25-9-2010)

 

Home  »   Columns  »   Contaminatie (gearchiveerd 25-9-2010)

Geplaatst op 11/10/2016

Mijn kleinzoontje van vier, dat weet ik zeker, heeft ergens op zijn kamer een certificaat liggen van de postpeuterale opleiding Stout Zijn. Deze opleiding is hem kosteloos aangeboden door Moeder Natuur, en hij is glansrijk geslaagd. Ach ja, hij is vier. Het hoort erbij. Hij heeft inmiddels in een intensief zelfstudieprogramma ook het een en ander bijgeleerd. Bijvoorbeeld dat zijn ouders soms nogal heftig reageren als hij iets Stouts doet, maar soms ook hun schouders ophalen en glimlachend zeggen dat het allemaal niet zo erg is. Vooral dat laatste scenario is hem erg lief, en hij doet er dan ook alles aan om de zaken in zijn voordeel te sturen, wanneer hij – opzettelijk of niet – iets doet wat eigenlijk niet mag.

Zijn voornaamste beleidsinstrument daarbij is een zinnetje dat me elke keer weer met blijdschap vervult: “Dat geeft niets uit.” Staan we in de keuken pannenkoeken te bakken en hopla! daar gaat er een flinke klodder beslag op de vloer… “Dat geeft niets uit, hoor.” Is hij met zijn houten treinbaantje bezig en tak! daar heeft ineens een slagboom van een overgang losgelaten… Hoe komt dat? “Ik heb er hard aan getrokken. Maar dat geeft niets uit.” Het is schattig, ik kan er niets aan doen. Schattig omdat hij zo de angel uit zijn eigen stoutigheid en onbenul probeert te halen, maar natuurlijk ook door die taalconstructie – die contaminatie, een vermenging van het maakt niet uit en het geeft niets. Contaminaties als ‘dat kost duur’, ‘nachecken’ of ‘optelefoneren’ gelden standaard als fout. Terecht, lijkt me. Toch wil ik een uitzondering maken voor een bepaalde contaminatie, die in alle woordenboeken en schrijftrainingen genadeloos neergesabeld wordt: bijsluiten. De Dikke Van Dale informeert ons droogjes over bijsluiten: “contaminatie van bijvoegen en insluiten (en als zodanig af te keuren)”. OK, dat klopt. Maar…wat doet dan vlak onder bijsluiten het woord bijsluiter in hetzelfde woordenboek en waarom wordt dat niet afgekeurd? Een bijsluiter is volgens de definitie een ‘ingesloten blaadje’. Waarom heet zo’n ding dan niet een ‘insluiter’? Ik begrijp de gedachtegang die leidt tot de conclusie dat bijsluiter een contaminatie is, maar ik vind het merkwaardig dat ’t ene woord officieel afgekeurd wordt terwijl een ander woord, dat ervan is afgeleid, juist weer wel door de beugel kan. Ik zal u niet aanraden om ineens vrijelijk insluiten te gaan gebruiken, want veel mensen vinden nog steeds dat dat woord stout is. Maar ik krijg wel steeds meer de neiging, als ik het weer eens in een brief of rapport zie staan, om te zeggen: “dat geeft niets uit.”

HAH

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *