Column 4. Betaald voetbal in Leeuwarden en Heerenveen één doffe ellende

 

Home  »   Columns  »   Column 4. Betaald voetbal in Leeuwarden en Heerenveen één doffe ellende

Geplaatst op 05/02/2019

Het zijn clubs overlopend van opportunisme en met weinig zelfkennis. Keer op keer maken ze de lokale overheid op chantabele wijze gemeenschapsgeld afhandig. Nu moet er weer zo nodig een nieuw en duur stadion in Leeuwarden komen. Beide clubs hebben te veel en overmatig betaald personeel in dienst, hanteren een onevenwichtige prestatie / beloningsstructuur, verstoren de openbare orde, zijn klant-onvriendelijk en lopen over van eigendunk. Beide clubs zijn rammelende organisaties die al jaren aan het infuus liggen en daarvoor beloond worden met overmatig veel aandacht van de media. Beide clubs trekken ‘stervoetballers in wording’ uit het buitenland aan die bij de eerste kennismaking aangeven zo snel mogelijk te willen verkassen naar de drie Nederlandse topclubs of het buitenland.

In Leeuwarden en Heerenveen wringen ze zich in allerlei bochten om de verliezen op de exploitatie zoveel mogelijk te verbloemen en daardoor zichzelf een brevet van onvermogen te geven.

In een miljoenenstad als Milaan gebruiken de twee topclubs afwisselend hetzelfde stadion; maar in Leeuwarden en Heerenveen wordt geen enkele poging ondernomen uit de schulden te geraken door het gebruik van één stadion.

En nog een stapje verder, waarom niet naar één betaalde Friese voetbalorganisatie, als we toch zo graag willen meetellen?

In het amateurvoetbal geven bestuursleden van amateurclubs ook blijk van het verleden niets geleerd te hebben, ze willen meedoen met de grote jongens en er bij horen. We moeten wel, zeggen ze, anders lopen er spelers weg. Ik zou zeggen: graag. Je kiest bewust voor een club en als je ‘zakken wilt vullen’, snel wegwezen.

Houd je als bestuurslid liever bezig met het oplossen van dagelijkse problemen; b.v. hoe vormen we jeugd tot volwassen en respectvolle sportmensen.

Het is toch walgelijk om te zien hoe een stadion een orgie is van pooierbakken met te blonde dames op te hoge hakken, rokende en walmende hamburgerkramen, omhoog gevallen zakenlieden, geblindeerde ME busjes met agenten in gevechtstenue, toeschouwers in aparte vakken, tot in hun nek getatoeëerde spelers, uitgerangeerde profs die nu als scout jeugdleden ronselen, spreekkoren die een goedwillende scheidsrechter de meest enge ziektes toewensen.

Ik denk met weemoed terug aan de tijd van de plaatselijke- en streekderby’s waar we de jongens uit eigen omgeving aanmoedigden en toejuichten.

Hans Roelofs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *